In Nederland kan kinderalimentatie ook worden betaald aan een ouder bij wie het kind niet officieel ingeschreven staat. Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn in situaties van co-ouderschap. Bij de berekening van kinderalimentatie wordt gekeken naar de draagkracht van beide ouders en de behoefte van het kind. Als de ouder bij wie het kind officieel is ingeschreven een hogere draagkracht heeft, kan deze financieel moeten bijdragen aan de verblijfskosten die de andere ouder maakt.
Wanneer is dit van toepassing?
-
Co-ouderschap: Als het kind gelijke tijd doorbrengt bij beide ouders, kan de ouder zonder hoofdverblijf van het kind toch alimentatie ontvangen als hij/zij onvoldoende draagkracht heeft terwijl de andere ouder dat wel heeft.
-
Draagkracht: Als er sprake is van een verschil in financiële draagkracht tussen de ouders, kan de tegemoetkoming van de ouder met meer draagkracht nodig zijn om de leeftstijl van het kind te waarborgen.
-
Conclusies van A-G van de Hoge Raad: In recente rechtspraak is vastgesteld dat wettelijke normen meebrengen dat er rekening moet worden gehouden met de tijd die een kind bij een ouder doorbrengt, en de economische ongelijkheid tussen de ouders.
Praktische overwegingen
- Toeslagen en rechten: Het recht op inkomensafhankelijke toeslagen, zoals het kindgebonden budget, kan afhankelijk zijn van wie het kind officieel als hoofdverblijf heeft.
- Financiële planning: Ouders moeten de alimentatieverplichtingen regelmatig herzien, vooral bij veranderingen in inkomen of gezinssituaties.
Het is belangrijk dat ouders duidelijke afspraken maken omtrent de zorg en financiële verplichtingen voor hun kinderen, eventueel met juridische hulp, om eventuele geschillen in de toekomst te voorkomen.