Bij een echtscheiding kunnen ex-partners een niet-wijzigingsbeding opnemen in de afspraken over partneralimentatie. Dit beding voorkomt dat alimentatie kan worden aangepast bij veranderende omstandigheden. Echter, een rechter kan besluiten zo'n beding te doorbreken als de omstandigheden zodanig zijn veranderd dat het onredelijk is om de oude afspraken te handhaven.
Wanneer kan een niet-wijzigingsbeding worden doorbroken?
Een rechter kan het niet-wijzigingsbeding wijzigen als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan:
-
Ernstige wijziging van omstandigheden: Er moet sprake zijn van een significante verandering in de situatie. Bijvoorbeeld, als de alimentatiebetaler een drastische inkomstenvermindering ondergaat, zoals werkloosheid of noodgedwongen bijstandsuitkering .
-
Redelijkheid en billijkheid: De rechter beoordeelt of het handhaven van de oorspronkelijke voorwaarden onredelijk zou zijn, met name als het handhaven van de alimentatieplicht zou leiden tot persoonlijk faillissement .
-
Onvoorzienbare situaties: De wijziging moet onvoorzienbaar zijn geweest ten tijde van het maken van de afspraken. Bijvoorbeeld, als iemand zijn bedrijf verliest zonder dat er sprake is van verwijtbaarheid .
Voorbeeld uit de praktijk
In een specifieke zaak uit 2018 oordeelde de Rechtbank Amsterdam dat het niet-wijzigingsbeding in een alimentatieovereenkomst kon worden opgeheven omdat de inkomenstoestand van de betalende partij aanzienlijk was verslechterd. Dit maakte het voor hem onmogelijk de originele alimentatie te betalen zonder in ernstige financiële problemen te raken .
Conclusie
Een niet-wijzigingsbeding biedt rust en stabiliteit, maar is niet onaantastbaar. In geval van ingrijpende veranderingen die niet konden worden voorzien, kan de rechter besluiten een dergelijk beding te wijzigen. Het is belangrijk dat er sprake is van redelijke en billijke overwegingen bij de beslissing van de rechter.